‘Elke euro die we investeren in sport levert een veelvoud op’

In Amsterdam kreeg sport en bewegen in de afgelopen vier jaar een veel prominentere plek. En daar is wethouder sport Sofyan Mbarki heel blij mee. Zo zijn sportclubs versterkt en is er bij ruim twintig basisscholen extra ruimte voor beweging. “Sport werd lang gezien als iets extra’s, maar het zou gewoon een basisvoorziening moeten zijn.”

Wethouder zijn is topsport, zo merkte Sofyan Mbarki al snel na zijn aantreden in 2022. Zijn agenda is meedogenloos: gesprekken in de wijk, werkbezoeken, dikke beleidsrapporten en raadsdebatten lopen continu door elkaar heen. “Je moet dus continu zowel fysiek als mentaal fit zijn. Daarom ben ik veel gaan wandelen, ga ik naar de sportschool en als het kan en let ik extra op mijn voeding. Ik durf wel te zeggen dat ik nu in de meest vitale fase van mijn leven zit.”

Maar het is niet alleen deze persoonlijke ervaring die Mbarki ertoe zet om sport en bewegen hoog op de agenda te zetten – ook de komende vier jaar weer. “Sport is preventie. Wij weten dat elke euro een veelvoud aan maatschappelijke waarde oplevert. Sterker nog: uit onderzoek blijkt zelfs dat als in Amsterdam Nieuw-West maar één procent van de inwoners meer gaat bewegen en sporten, dat daarmee jaarlijks 2,7 miljoen euro aan zorgkosten kan worden bespaard. Sport werd lang gezien als iets extra’s, maar dit soort onderzoeken laten zien dat het gewoon een basisvoorziening moet zijn.”

Hij vindt het dan ook opmerkelijk dat het Rijk het veel heeft over preventie, maar vervolgens bezuinigt op allerlei middelen die die preventie vorm kunnen geven. “Als gemeente ben je daardoor veel aan het repareren. Kijk naar het gedoe rondom de BOSA-regeling (een stimuleringsregeling voor bouw en onderhoud van sportaccommodaties, red).”

Over een eventuele sport- en beweegwet is Mbarki pragmatisch. “Een wet alleen is niet genoeg. Kijk naar de decentralisatie van de jeugdzorg: daar zitten ook wetten achter, maar als er geen middelen meekomen moet je het als gemeente zelf compenseren. Zonder die wet zien wij ook wel wat de opgave rondom sport en bewegen is.”

Je hoort steeds meer dat bewegen juist helpt bij het opnemen van kennis.

Wereldkampioen zitten

Een van de initiatieven waar Mbarki trots op is, is de Dynamische Schooldag. Dat programma is gericht op meer bewegen tijdens de schooldag en draait inmiddels op ruim twintig Amsterdamse basisscholen. Het programma is breed opgezet: met onderzoek vanuit de Hogeschool van Amsterdam en mbo’s die studenten opleiden die ondersteuning rondom bewegen op scholen kunnen aanbieden.

“Wij zijn wereldkampioen zitten op de basisscholen”, zegt Mbarki. “Terwijl je steeds meer hoort dat bewegen juist helpt bij het opnemen van kennis. We merkten eerst best wat weerstand bij scholen. Die hebben al een flinke taal- en rekenopgave en dan komt dit er nog bij. Maar inmiddels zijn er flink wat docenten die inzien dat de dynamische school geen extra belasting is. Het levert ze ook wat op als een leerling wat vaker loskomt van die stoel waar ze de hele dag op zitten.”

De voetbalagenda

Misschien wel het meest besproken onderdeel van Mbarki’s sportbeleid is de Amsterdamse Voetbal Agenda. Het programma richt zich op het versterken van het verenigingsleven, het stimuleren van meidenvoetbal en het reguleren van commerciële voetbalscholen. Dat laatste bleek hard nodig. “We zagen dat er best wel wat commerciële voetbalscholen waren die verenigingen als vehikel gebruikten. De lasten waren voor de vereniging, de lusten voor de ondernemer. Dan stonden vrijwilligers koffie te schenken aan ouders die daar 25 euro betaalden voor een uurtje voetbaltraining aan hun kind. Dat kon niet, vonden wij.”

Amsterdam heeft ingegrepen. Voetbalscholen moeten zich nu melden bij de gemeente, een Verklaring Omtrent Gedrag overleggen en veldhuur betalen. Als een voetbalschool bij een vereniging actief is, moet het een interne school zijn waarbij de geldstromen via de penningmeester van de vereniging lopen. Van de tachtig voetbalscholen die ooit op de lijst stonden, hebben er elf zich formeel gemeld. “Ze zijn allemaal heel boos op mij geworden”, zegt Mbarki. “Maar wij doen dit uit liefde voor het voetbal. Het Nederlandse verenigingsmodel is wereldwijd uniek. We hebben de grootste voetballers voortgebracht zonder commerciële voetbalscholen. Cruijff, Gullit, Van Basten, Koeman. Die zijn gewoon begonnen bij de lokale vereniging, met een kopje thee in de rust.”

Kinderen die sporten bij sportondernemers kunnen ook een beroep doen op ons Jeugdfonds Sport & Cultuur.

Mbarki benadrukt dat het hem niet gaat om commercieel sportaanbod an sich. “Er zijn heel veel ondernemende sportaanbieders die een mooie toevoeging zijn voor onze stad. Wij willen alleen niet dat er gekannibaliseerd wordt op onze verenigingen of dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van onze accommodaties. Een sportschool die een plek in de stad huurt en op die manier een bijdrage levert in de wijk, dat is een hele mooie toevoeging. Sterker: kinderen die sporten bij sportondernemers die aanbod hebben dat verenigingen niet bieden kunnen ook een beroep doen op ons Jeugdfonds Sport & Cultuur.”

De aanpak van voetbalscholen is niet het enige onderdeel van de Amsterdamse Voetbalagenda. Via de subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam, nu voor het vierde jaar op rij opengesteld, kunnen verenigingen tot vijfduizend euro aanvragen voor het versterken van bestuur en vrijwilligers, het bevorderen van een veilig sportklimaat of het opzetten van nieuw sportaanbod. Daarnaast is er de 1/3-regeling waarmee verenigingsgebouwen worden opgeknapt en velden verduurzaamd.

Juist die gebouwen zijn een groeiende uitdaging, vandaar ook de al eerder genoemde zorg van Mbarki over de BOSA-regeling. Veel clubaccommodaties dateren uit de jaren zeventig en zijn aan het einde van hun levensduur, terwijl de bouwkosten enorm zijn gestegen, zegt hij. “Daar is niet alleen geld voor nodig, omgaan met zulke bedragen vraagt ook iets heel anders van de vrijwillige bestuurders.” Amsterdam stimuleert deelgebruik tussen verenigingen: wie fuseert of een gebouw deelt, krijgt voorrang bij de 1/3-regeling. Zo delen een korfbal- en een tennisvereniging nu voor het eerst één gebouw, waardoor ze de exploitatie samen kunnen dragen.

Zwemmen zou een basisvaardigheid moeten zijn, net als taal en rekenen.

Zwemmen als basisvaardigheid

Als er één thema is waar alle sportwethouders zich de komende collegeperiode op zouden moeten richten is dat wat Mbarki betreft: zwemvaardigheid. Zelf haalde hij in september 2025 zijn A-diploma, tijdens de wereldrecordpoging watertrappelen in de Keizersgracht, ook om extra aandacht te vragen voor het belang van zwemveiligheid en zwemvaardigheid. De gemeente investeerde extra in schoolzwemmen voor scholen met relatief veel kinderen zonder zwemdiploma, het speciaal onderwijs en nieuwkomersklassen. Ook wordt er geïnvesteerd in nieuwe zwembaden. “Wij hebben net als veel gemeenten een tekort aan zwemwater, maar je ziet dat kleinere gemeenten soms de pijnlijke keuze moeten maken om het enige zwembad te sluiten. Dat moeten we echt voorkomen. Zwemmen zou een basisvaardigheid moeten zijn, net als taal en rekenen. Als je het niet kunt, heeft dat je hele leven effect op je zelfvertrouwen.”

Dit artikel is onderdeel van de campagne ‘Sport gaat niet vanzelf’, een initiatief van de brede sportsector om sport en bewegen structureel hoger op de lokale politieke agenda te krijgen.