‘Als we meer woningen bouwen moeten we ook plek hebben om te sporten’
Met ‘vitality clubs’ in vrijwel elke wijk, nauw contact met sportverenigingen en aandacht voor groene routes zet Leiden breed in op sport, bewegen én spelen. Voor wethouder Wietske Veltman (D66) is dat niet meer dan logisch: “Sport en bewegen dragen niet alleen bij aan de gezondheid van inwoners, maar ook aan een leefbare stad.”
Nog maar iets meer dan een jaar is Wietske Veltman sportwethouder in Leiden. Ze kwam begin vorig jaar terecht in een stad met een rijk verenigingsleven. En dat is een wereld die ze goed kent. Als kind zat ze zelf bij de Reddingsbrigade en een orkest, ze was actief bij de hockeyvereniging van haar kinderen en als bestuurslid van D66 maakte ze ook de politieke vereniging van binnenuit mee. “In gesprekken met sportbestuurders merk ik dat veel verenigingen dezelfde vraagstukken hebben: vrijwilligers vinden en vasthouden, zorgen dat iedereen zich welkom en veilig voelt, en iets draaiend houden dat grotendeels op goodwill leunt.”
We willen dat kinderen in de hele stad voldoende speelaanleidingen hebben.
Buiten spelen
Maar, benadrukt Veltman, het gaat bij sport en bewegen natuurlijk niet alleen om lid worden van een sportvereniging. “Niet iedereen is een sporter. Voor sommige inwoners is de stap naar een vereniging te groot. Voor die mensen moeten er ook voldoende beweegmogelijkheden zijn. Wij willen daarom dat je, waar je ook woont, snel naar het groen kunt om een rondje te lopen of buiten te spelen.” Sinds 2021 kun je in Leiden een rondje om de singel wandelen, het plan is nu om vanuit die singel ‘groene spaken’ naar de wijken aan te leggen, vertelt Veltman. “Ouderen en kinderen kunnen daar dan ook veilig van het verkeer gebruik maken, zodat de drempel om te bewegen lager wordt. Soms is rustig naar de winkel kunnen wandelen voor iemand al genoeg.” De gemeente ondertekende in 2023 ook de SamenSpeelBelofte van Jantje Beton, voor inclusieve speeltuinen. Daar zijn er nu al meerdere van te vinden in de stad. “In het beleidsplan waar wij nu aan werken koppelen we buitenspelen nadrukkelijk aan sport en bewegen”, zegt Veltman. “We willen dat kinderen in de hele stad voldoende speelaanleidingen hebben.”
Veltman is ook trots op de Vitality Clubs, die er in elke Leidse wijk zijn. Dat zijn laagdrempelige, zelforganiserende groepjes, waar 55-plussers samen bewegen en daarna een kopje koffie drinken. “Als gemeente hebben we dit in het begin gestimuleerd door initiatiefnemers en professionals in de wijken aan elkaar te koppelen. Nu loopt het vanzelf”, vertelt Veltman. En dan lachend: “Laatst stonden er voor een wereldrecordpoging vanuit de Vitality Clubs hier in Leiden honderden 55-plussers samen te sporten, dat was echt prachtig om te zien. Ik sprak zelfs een vrouw van in de 90 die elke week meedoet bij haar Vitality Club. En een van de drijvende krachten is een vrouw van in de tachtig die jarenlang actief is geweest bij de gymvereniging. Dat verenigingsdenken werkt toch door.”
Nieuwe accommodaties
Leidse sportverenigingen laten elke dag zien wat sport voor de stad kan betekenen, zegt Veltman. Via de Leidse Sportfederatie denken verenigingen mee over sportbeleid en tijdens het jaarlijkse sportcongres delen en ontwikkelen zij samen oplossingen voor vraagstukken rond vrijwilligers, gezonde sportkantines en meiden in de sport. Ook ondernemende sportaanbieders dragen bij aan een breed en toegankelijk sportaanbod in Leiden, benadrukt Veltman. “Ook zij zorgen ervoor dat veel inwoners in beweging komen. Daarom willen we ze het nieuwe beleidskader ook actiever betrekken bij opgaven rondom bewegen en gezondheid.”
Ook accommodaties zijn al jaren een belangrijk thema in de Leidse sportwereld. Daarvan werden er in 2023 drie tegelijk geopend. Het pronkstuk is Sportcomplex 1574, waar onder meer de eredivisiebasketballers van ZZ Leiden trainen en spelen. “Dat wordt nu van ’s ochtends zeven tot ’s avonds elf intensief gebruikt. Onder meer door de topsportklassen van de school tegenover de hal, maar ook door breedtesporters.”
Tegelijk opende de nieuwe ijsbaan, die Leiden op de kaart zette als schaatsstad. Onlangs werd daar bijvoorbeeld de Shorttrack Academy geopend, een regionaal trainingscentrum dat er kwam op initiatief van voormalig shorttracker Cees Juffermans en waar ook de gemeente in investeert. Talenten die vroeger elke ochtend naar Dordrecht reisden, kunnen nu in Leiden blijven trainen.
Daarnaast is in het nieuwe zwembad ook volop ruimte voor topsport én breedtesport. Het is bijvoorbeeld geschikt voor waterpolo op het hoogste niveau en wordt gerund door ZVL-1886, de zwemvereniging waar voormalig topwaterpoloër Iefke van Belkum technisch directeur is. Veltman: “Zij zet zich ook nadrukkelijk in voor inclusiviteit in de sport. Bijvoorbeeld door zomerzwemmen te organiseren voor kinderen die anders misschien niet met de zwemsport in aanraking komen.”
De invloed van sport
Ruimte maken voor sport is in Leiden ook ruimte maken voor topsporttalent. En dat heeft een belangrijk bijeffect, zegt Veltman. “Topsporters en voormalig topsporters spelen vaak een belangrijke rol bij het in beweging krijgen van anderen. Zoals je ziet bij het zwemmen en bij de shorttrack. Het zijn mensen die hun leven wijden aan de sport en gewend zijn om zichzelf uit te dagen. Ze zijn belangrijk voor verenigingen en willen zich er ook voor inzetten om sport breder toegankelijk te maken. Die wil je dus aan je stad binden.”
De drie nieuwe accommodaties zijn belangrijke mijlpalen en maken volgens Veltman deel uit van een bredere ontwikkeling. Leiden blijft investeren in sportvoorzieningen, omdat de groeiende stad voortdurend vraagt om ruimte om te bewegen, sporten en ontmoeten. En dat is best een uitdaging, stelt Veltman vast. “Als we meer woningen bouwen moeten we ook plek hebben om te sporten. Je wil het liefst dat als iemand bedenkt ‘ik wil gaan sporten’, dat dat gewoon volgende week kan, maar alleen al bij basketbal staan er honderden kinderen op de wachtlijst.”
We zijn één groot stedelijk gebied. Daarom willen we kijken of we samen nog meer kansen kunnen verzilveren.
De gemeente maakte daarom een sportaccommodatieplan: een prognose van wat Leiden de komende jaren nodig heeft aan velden en binnensportruimte. De sportfederatie speelde daarin opnieuw een sleutelrol. “Zij zorgen dat we alle input krijgen en dat er een breed beeld ontstaat van wat er nodig is. Zo’n plan helpt enorm bij het prioriteren. Er is ruimte gevonden voor een extra rugbyveld en hockeyveld en de bouw van een nieuwe sporthal. Daarnaast onderzoeken we ook met de buurgemeenten wat er nodig is. Mensen uit Leiden wonen soms dichter bij een vereniging in Zoeterwoude of Oegstgeest en andersom. We zijn één groot stedelijk gebied. Daarom willen we kijken of we samen nog meer kansen kunnen verzilveren.”
Ook het nieuwe universitaire sportcentrum helpt bij de uitdagingen waar Leiden voor staat. Sinds de opening kunnen álle Leidenaren gebruik maken van de faciliteiten, en dus niet alleen studenten en medewerkers.
Keurmerk veilig sporten
Meiden in de sport en veilig sporten zijn twee andere thema’s waar de gemeente zich de afgelopen jaren voor inzette. Stichting Topsport Leiden werkt bijvoorbeeld hard aan gelijke kansen voor vrouwen. Veltman: “Als je goed kijkt is er best wat ongelijkheid tussen de kansen voor jongens en voor meisjes: het busje dat wel rijdt voor de jongens maar niet voor de meiden, vrouwenteams die een onbetaalde trainer krijgen terwijl de mannen een betaalde hebben, maar ook sportbesturen die voor het grootste deel uit mannen bestaan. Daar proberen we samen iets aan te doen.”
Een ander thema dat Veltman aan het hart gaat is veilig sporten. Leiden riep daarvoor het keurmerk Veilig sporten in Leiden in het leven. De gemeente en de Sportfederatie ondersteunen verenigingen hierbij. Het keurmerk is gebaseerd op de vier v’s voor veiligheid van NOC*NSF. Die staan voor vertrouwenscontactpersoon, VOG, Vakkundige, geschoolde trainers en coaches en Verenigingsgedragscode. Veltman mocht het keurmerk het afgelopen paar jaar een paar keer uitreiken. “Onder meer aan een vereniging waar een incident tussen een trainer en een pupil was geweest. Die vereniging was daar erg van geschrokken en is meteen met het thema aan de slag gegaan. Ze delen hun kennis over veiligheid en omgangsvormen nu ook bij andere verenigingen. En een andere vereniging heeft haar gedragswaarden zelfs op de doelpalen gezet. Mooi toch?”
Dit artikel is onderdeel van de campagne ‘Sport gaat niet vanzelf’, een initiatief van de brede sportsector om sport en bewegen structureel hoger op de lokale politieke agenda te krijgen.





