‘Het belang van sport wordt echt nog onderschat’

In de gemeente Dordrecht werd sport in de afgelopen vier jaar uit z’n isolement gehaald, zo vertelt sportwethouder Marc Merx. Dat bleef niet onopgemerkt: Dordrecht werd in 2023-2024 uitgeroepen tot sportgemeente van het jaar. Maar nog veel belangrijker vindt hij het dat sport in Dordrecht nu een serieus instrument in het maatschappelijk domein is.

Toen Marc Merx in 2022 aantrad als wethouder sport had hij een duidelijke ambitie: meer Dordtenaren aan het sporten en bewegen krijgen. Dat is bijna gelukt, vertelt hij als we hem in het voorjaar van 2026 spreken. “De eerste jaren zijn we behoorlijk gegroeid en nu hebben we het aantal sportende en bewegende Dordtenaren weten te stabiliseren. Als je kijkt naar de landelijke, dalende trend is dat natuurlijk een mooi resultaat.”

Maar liever legt Merx de lat nog wat hoger. En daar heeft hij tal van redenen voor. “Sport helpt je om wat meer perspectief op het leven te krijgen. Om ruimte te maken in je hoofd. Om beter te slapen, minder stress te ervaren. Om andere mensen te ontmoeten die misschien wel in dezelfde situatie zitten als jij. Daarom is sport voor ons een instrument dat we in het maatschappelijk domein volop inzetten. Het is een integraal onderdeel van ons sociale beleid en daar ben ik heel trots op.”

Sport is voor ons een instrument dat we in het maatschappelijk domein volop inzetten.

In de top tien

De visie van de gemeente op sport staat verwoord in de Sportvisie 2030. Dordrecht wil in 2030 tot de top tien sportgemeenten behoren, de sportiefste jeugd hebben en dat 80 procent van de inwoners wekelijks sport of beweegt. Te lang is sport gezien als een activiteit die vooral goed is voor de gezondheid, zo schrijft de gemeente in de visie. “Sport is het maatschappelijk cement in onze samenleving. Het zorgt voor verbinding, voorkomt vereenzaming, bevordert ontmoeting, disciplineert, zorgt ervoor dat je vitaal oud kan worden en is van belang voor de mentale en fysieke gezondheid.”

Die visie zorgt ervoor dat sport in Dordrecht nu bijvoorbeeld wordt ingezet om de wachtlijsten in de jeugdzorg aan te pakken. Samen met stichting Life Goals Dordrecht helpt de gemeente jongeren die op die wachtlijst staan om een passende sport te vinden. Een voorbeeld maakte indruk op Merx: “Een meisje dat gepest werd, niet lekker in haar vel zat en niet meer naar school ging is via dit project gaan kickboksen. Na drie maanden bij die sportaanbieder had dat meisje geen jeugdzorg meer nodig.” Een andere maatregel is het sporttegoed voor kinderen van ouders die tot 140 procent van het wettelijk sociaal minimum verdienen. Die kunnen daarmee het lidmaatschap van een vereniging betalen. Ook loopt in Dordrecht nu de VWS-pilot SportBoost. Dat is een regeling waarbij jongvolwassenen met een lager inkomen sporttegoed of sportkledingtegoed kunnen ontvangen.

De gemeente zet sinds 2023 ook sportconsulenten in om kinderen en volwassen met een beperking of chronische ziekte te helpen om een passende sport of manier om te bewegen te vinden. Merx: “Daarbij zorgen we echt voor een warme overdracht: de consulent gaat een of twee keer mee naar de sport en we zien dat dat effect heeft. We zien dat 80 procent van de mensen die we zo begeleiden die sport blijft doen. Sommigen rapporteren zelfs ook dat ze minder medicijnen gebruiken.” Dat die sportconsulenten er zijn gaat als een lopend vuurtje rond, vertelt Merx. Er zijn er in Dordrecht inmiddels al twee en er loopt een sollicitatieprocedure voor een derde.

Passie voor sport

Op de website www.dordtsport.nl bundelt de gemeente al haar sport- en beweegaanbod. Zowel inwoners als sportverenigingen en sportondernemers kunnen via die website bij de gemeente terecht met hun vragen en suggesties. “In gemeentelijk sportland hebben we het veel over onze sportverenigingen. Ik merk dat de professionele sportaanbieders, sportscholen, boksscholen, dansscholen en judoscholen, net zo waardevol zijn voor ons sportbeleid. Die spreken met net zoveel passie over hun sport als de verenigingsbestuurders.” Neem de ondernemer die bokslessen voor mensen met parkinson organiseert, Merx woonde eerder deze week een les bij. “Dat ging er behoorlijk pittig aan toe.”

In Dordrecht hebben sportclubs onderling goed contact en verwijzen ze naar elkaar. Merx: “Clubs gaan in gesprek met mensen die dreigen af te haken of nog maar weinig komen en verwijzen soms ook naar een andere aanbieder, als ze denken dat dat beter past. Zo zorgen ze ervoor dat mensen toch in beweging blijven.”

Geen sluitstuk

Net als veel steden kampt ook Dordrecht met ruimtegebrek. Merx heeft zich er de afgelopen jaren voor ingezet dat sport niet meer als laatste aan bod komt bij de inrichting van de fysieke leefomgeving. “Dankzij de positieve resultaten die we boeken met onze sportaanpak wordt het steeds makkelijker om mijn collega’s en de raad ook mee te krijgen in onze plannen”, vertelt hij. De gemeente zou wat hem betreft nog wel wat meer kunnen inzetten op multifunctioneel ruimtegebruik, waarbij sportscholen en fysiotherapeuten zich in of vlakbij sportcomplexen vestigen.

Een groeiende uitdaging is ook de financiering van de renovatie van sportaccommodaties. Merx baalt ervan dat het budget voor de BOSA, de subsidieregeling van het Rijk, fors is teruggedrongen en de spelregels zijn veranderd tijdens de aanvraagperiode. Zo zijn er verenigingen die meteen op 1 januari op de aanvraagknop hebben gedrukt en nu toch buiten de boot vallen, omdat in de loop van het jaar is overgestapt op loten.

“Dus niet alleen is het subsidiebedrag minder, ook de toekenning is willekeuriger. De Rijksoverheid zegt sport belangrijk te vinden, net als preventie. Als je kijkt naar wat we met sport kunnen bereiken in het sociaal domein, in de bestrijding van de zorgkosten, voor de vitaliteit van ouderen… Ik denk dan: put your money where your mouth is.” Kan een Sportwet daar misschien bij helpen? Merx weet het niet. “Een Sportwet kan sport een sterkere en minder vrijblijvende positie geven. Wel is het essentieel dat daarbij ook voldoende financiering en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden horen, zodat gemeenten zonder extra middelen met extra taken worden belast.”

Artsen willen graag samen met ons optrekken om de zorgvraag terug te dringen.

Plezier in sport

Terug naar die lokale werkelijkheid rondom sport en bewegen. Een mooi voorbeeld van hoe Merx’ visie op de rol van sport en bewegen steeds breder gedeeld wordt is het ziekenhuis in Dordrecht. Dat klopte laatst bij de gemeente aan, omdat de artsen daar zich enorm veel zorgen maken over de dubbele vergrijzing: meer patiënten, minder handen in de zorg. Merx: “Ze willen graag samen met ons optrekken om de zorgvraag terug te dringen. Sport en bewegen speelt daarbij een sleutelrol.”

Mensen hoeven echt niet meteen een marathon te lopen, benadrukt hij. Het gaat erom dat ze plezier beleven aan sport. Dat doet Merx zelf ook. Hij zit graag op zijn racefiets en is bij vrijwel alle thuiswedstrijden van ‘zijn’ FC Dordrecht. Een van de hoogtepunten van de afgelopen jaren is wat hem betreft de Tour de France Femmes die Dordrecht in 2024 aandeed en de stad veranderde in één groot feest. Maar ook het waterpoloteam dat bestaat uit een vriendengroep die al van jongs af aan samen speelt, maakt indruk. “De verbinding die je in zo’n groep ziet, de eenheid, de vriendschap, dat gun je toch iedereen?”

Heeft Merx nog een advies voor de sportwethouders die nu in de nieuwe coalities van start gaan? “Het is misschien een platgetreden pad, maar mijn belangrijkste advies is: ga je stad in. Spreek met mensen. Laat je inspireren door de sportverenigingen en ondernemende sportaanbieders, want daar zit ontzettend veel energie. Zoek de samenwerking met ze en zorg voor verbinding tussen alle mooie initiatieven. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat sport onderdeel wordt van ieders leven.”

Dit artikel is onderdeel van de campagne ‘Sport gaat niet vanzelf’, een initiatief van de brede sportsector om sport en bewegen structureel hoger op de lokale politieke agenda te krijgen.