‘Sport kan zóveel betekenen voor je stad’
Laatst riep de KNVB haar nog uit tot Voetbalwethouder van Nederland; een mooie erkenning voor het werk van de voormalig Haarlemse sportwethouder Eva de Raadt. Zij zet sport en bewegen in voor voor duurzaamheid, sociale cohesie en gelijke kansen. “Ik zie sport echt als middel om beleidsdoelstellingen te halen.”
Al vijf jaar is Eva de Raadt (inmiddels voormalig) wethouder sport in Haarlem. En ook de komende coalitieperiode hoopt ze die positie weer te vervullen – als we haar spreken worden in het coalitieakkoord de laatste puntjes op de i gezet. Vanuit haar werkkamer in het stadhuis aan de Grote Markt overziet ze een stad die goed scoort op sportdeelname. Veel Haarlemmers zijn lid van een sportvereniging en/of sportschool en ze bewegen ook nog eens bovengemiddeld veel. Sport is zichtbaar in de stad: de gemeente zet daar ook op in. Eind mei was de Grote Markt bijvoorbeeld het decor van de 3×3 Pro League, het Nederlands kampioenschap 3×3-basketbal. En in juni organiseerde Haarlem de Special Olympics: voor zo’n 3000 sporters met een verstandelijke beperking. “Mensen zien sporten inspireert, dus ook daar zetten we op in.”
De Raadt weet dat die hoge sportdeelname niet vanzelf gaat. Daarom zet ze zich er dan ook met hart en ziel voor in: voor sport en nadrukkelijk ook voor bewegen. “Van de huidige coalitie was bewegen in de openbare ruimte echt een speerpunt”, vertelt ze. “We hebben bijvoorbeeld door de hele gemeente meer bankjes geplaatst. Omdat we uit onderzoek weten dat dat rustpunten kunnen zijn voor bijvoorbeeld oudere mensen of mensen die moeilijker kunnen bewegen. Dankzij die bankjes kunnen zij toch makkelijker even een wandeling maken.”
Ik zie sport ook echt als middel om beleidsdoelstellingen te halen.
Dichtbebouwde stad
In Haarlem is de openbare ruimte een van de grootste uitdagingen voor het organiseren van sport. De Raadt: “We zijn een dichtbebouwde, compacte stad en dus moeten we soms creatief met ruimte omgaan. Zo gaan we in een van de nieuwe wijken die we aan het bouwen zijn, parkeerruimte onder de voetbalvelden realiseren.”
Ook in de Haarlemse Bomenbuurt wordt er creatief met ruimte omgegaan. “Ondanks de naam is dat een van onze meest versteende en dus warme buurten. Daar hebben we onlangs een innovatief kunstgrasveld voor korfballers aangelegd. Het water dat dat veld opneemt wordt weer omhoog gepompt, vormt een laagje op het veld en verdampt bij zonneschijn. Het kunstgras koelt daardoor heel veel af. En dat is niet alleen beter voor de sporters. De hittestress in de hele wijk gaat ervan naar beneden.”
Het bijzondere korfbalveld is onderdeel van het Scale-up-project, waarin Amsterdam en Haarlem marktpartijen de ruimte geven om innovatieve kunstgrasvelden te ontwikkelen en testen. “Door samen op te trekken creëren we echt een interessante markt voor die partijen”, legt De Raadt uit. “Die krijgen de ruimte om te onderzoeken of ze hun velden slimmer en duurzamer kunnen maken. We testen bijvoorbeeld ook zogenoemde collectorvelden. Die hebben onder het kunstgras een soort zonnepanelen die energie op kunnen wekken. Met één kunstgrasveld kunnen we dan 200 tot 300 huizen van energie voorzien.”
Dit voorbeeld laat mooi zien hoe De Raadt sport en bewegen benadert. “Natuurlijk is sport voor veel mensen ook een mooie hobby. Maar ik zie het ook echt als een middel om beleidsdoelstellingen te halen. Zo hebben we een subsidieregeling waarmee clubs hun kantine en clubhuis kunnen verduurzamen.” Die regeling was voor de KNVB een van de redenen om haar tot Voetbalwethouder van Nederland uit te roepen.”
Nu sport nog geen wettelijke taak is, is het voor wethouders een uitdaging om voldoende middelen vrij te maken.
Het Nationaal Sportakkoord
De afgelopen jaren investeerde Haarlem ook flink in het op orde maken van de basis: de sportaccommodaties. Zo wordt er gewerkt aan twee nieuwe zwembaden en neemt turnvereniging HLC binnenkort zijn intrek in een nieuwe turnhal. “Accommodaties spelen een belangrijke rol bij het plezier dat we aan sport beleven en aan het verenigingsgevoel”, zegt De Raadt. “Bij een van onze grootste sportverenigingen in de stad, turnvereniging HLC, ontbrak dat gevoel, omdat ze verspreid over kleine en verouderde gymzaaltjes moesten sporten. Ze waren bezig met een eigen turnhal, maar door de energiecrisis stegen de bouwkosten zo erg dat ze die niet meer zelf konden bekostigen. Toen zijn wij ingesprongen en nu wordt de hal binnenkort geopend.”
Dat Haarlem deze investeringen kan doen in een periode waarin andere gemeenten flink aan het bezuinigen zijn, is geen toeval. “We wisten dat dat ravijnjaar eraan zat te komen, dus we hebben de afgelopen jaren flink gespaard en we konden soms ook gebruik maken van de sportakkoordmiddelen.” Het recente bericht dat het Nationaal Sportakkoord dreigt te verdwijnen baart De Raadt zorgen. “Dat zou ik echt doodzonde vinden, dat laat ik ook weten aan mijn contacten in Den Haag. Ik hoop dat meer wethouders dat doen. Ook ben ik voorstander van een Sportwet, al vind ik als jurist wel dat we die heel zorgvuldig moeten vormgeven. Nu sport nog geen wettelijke taak is, is het voor wethouders een uitdaging om voldoende middelen vrij te maken. Helemaal in kleinere gemeenten. Bovendien geef je er als overheid een verkeerd signaal mee af.”
Gouden driehoek
Hoewel er in Haarlem dus veel goed gaat, zijn er ook groepen die nog onvoldoende met sport in aanraking komen. Vooral meiden en inwoners met een lage sociaaleconomische positie sporten nog te weinig, blijkt uit onderzoek. Haarlem pakt dit op twee fronten aan. In samenwerking met Hogeschool Inholland wordt onderzocht hoe meiden in kwetsbare wijken beter bereikt kunnen worden. Tegelijkertijd wordt er al gehandeld: zo startte oud-international en buurtsportcoach Nathalie Geeris een meisjesvoetbalteam bij een kwetsbare vereniging. In de Delftwijk zet de gemeente met haar partners juist weer in op persoonlijke begeleiding. “Dat betekent bijvoorbeeld dat ze iemand die een proefles komt doen echt persoonlijk opvangen als die langskomt.”
Centraal in de Haarlemse aanpak staat wat De Raadt de ‘gouden driehoek’ noemt: de samenwerking tussen sportverenigingen, clubkadercoaches en buurtsportcoaches. Verenigingsondersteuners vanuit SportSupport Kennemerland lopen een half jaar mee bij clubs om samen aan uitdagingen te werken. Bijvoorbeeld aan vrijwilligerswerving of organisatieontwikkeling. “Vroeger gaf onze uitvoeringsorganisatie SportSupport wel advies, maar dat belandde dan in een la. Nu lopen professionals een tijdje mee bij een vereniging. Dat werkt veel beter.”
Hoewel verenigingen waardevol zijn voor sociale cohesie en gemeenschapszin, maakt het voor het doel ‘in beweging brengen’ niet uit wáár mensen sporten, benadrukt De Raadt. Ze noemt Freerunclub Munki Motion, waar veel kinderen actief zijn en onderzoek waaruit blijkt dat vrouwen vaker kiezen voor yoga of de sportschool. “We mogen daarom de impact van sportondernemers niet onderschatten en willen de samenwerking met hen de komende periode versterken. Daarvoor hebben we al gesprekken gevoerd met het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS, red.).”
Andere wethouders zou ik ook echt aanraden om een kansenkaart voor sportbeleid te maken.
Kansenkaart
Een belangrijk onderdeel van het Haarlemse sportbeleid is de kansenkaart: een gedetailleerd visueel overzicht van kansrijke plekken voor sport en bewegen in de openbare ruimte en de daarbijbehorende kosten. Die kaart kwam niet vanachter een bureau tot stand: inwoners, verenigingen, samenwerkingspartners en verschillende gemeentelijke afdelingen dachten mee. Het resultaat is een concreet beeld van wensen en mogelijkheden in de stad, van een nieuw pumptrackveldje tot de herinrichting van een vergeten pleintje. Sommige kansen zijn snel en goedkoop te realiseren, andere vragen meer tijd en geld. De meest haalbare projecten zijn opgenomen in het investeringsplan van de gemeente. De Raadt: “Die kaart helpt ons echt goed bij de keuzes die we maken. Daarom zou ik andere wethouders ook echt aanraden om zo’n kaart te maken. Niet alleen voor de openbare ruimte, maar ook voor je accommodaties.”
Werkbezoeken
Heeft ze nog een andere tip voor sportwethouders? “Het moet natuurlijk bij je passen, maar ik probeer elke week op bezoek te gaan bij een sportclub. Je kunt misschien niet alles meteen oplossen, maar de ontmoetingen laten mij wel heel goed zien wat er speelt en nodig is. En dat helpt bij het vormgeven van het beleid.”
Dit artikel is onderdeel van de campagne ‘Sport gaat niet vanzelf’, een initiatief van de brede sportsector om sport en bewegen structureel hoger op de lokale politieke agenda te krijgen.





